Langs zwart/wit gekreukelde vreemdelingen
kom ik op een stenen weg waar ik het eind niet van zag
en zie nu een vergeten horizon

Ik zag de overkant, de wal met lisdodde, schietwilg en fluitenkruid
Ingeklonken door alle voeten, wielen en stokken van ouden van dagen
lag daar de weg voor onze deur.

We speelden daar onze verhalen en we maakten cirkels in het gras

De weg is nu een versleten gewoonte
een herinnering aan een trouwe hond
die altijd op me stond te wachten
en me leidde naar de schaduw
van het blinde huis.

Zo nu en dan kijk ik nog naar deze
zwart/wit verkreukelde vreemdelingen.


Ik teken mensen en dieren. Door vormen te verschuiven en te herhalen wordt een geheel bereikt waarin je altijd op zoek kunt blijven. Ik denk dat de realiteit voor ons ongrijpbaar is en dat we een illusie, een schijn van een samenhangend verhaal voor onszelf hebben geweven.
Alles wat we zien, horen en voelen en waar we zelf het centrum van zijn, zijn lichtflakkeringen, schaduwen, lijnen, luchttrillingen, een aanraking, enz…. die we vanaf ons prilste bestaan met elkaar moeten zien te verbinden tot een plaats waarin we ons thuis kunnen voelen.
Elk van ons neemt zijn eigen “thuis” altijd mee, waar hij of zij ook heengaat.

Daarom vind ik telkens met mijn tekeningen en grafisch werk een nieuw verhaal dat nooit af is en begin weer opnieuw. Ik begin bij het onbegrijpelijke en eindig bij het onbegrijpelijke.
Al associërend op een vorm, dit kan een mens zijn, een dier of gewoon een vlek, ontstaat dan het verhaal dat ik moet volgen. Om dit te ontdekken moet ik stevig lijnen zetten, arceringen extra aanvetten, vormen laten verdwijnen (nooit helemaal) vormen aanzetten.
Gummen, krassen, polijsten.

Zoals ieder mens moet ik al associërend mijn wereld in elkaar zetten maar ik ben ook als een archeoloog mijn associaties aan het opgraven. De bouwstenen, de fundamenten van mijn “thuis”. Benieuwd naar hoeveel lagen ik kan vinden die nog verstopt zitten.
In mijn tekeningen moet dit gewroet in de grond zichtbaar blijven, de zekerheid van het verhaal moet afsteken tegen het uitgestrekte landschap van vergeefsheid.

Ik vul vellen papier met mensen en dieren die ik in een landschap weef in zeer complexe en volle composities.
Ik teken met houtskool omdat ik daarin heel scherp maar ook heel zacht kan tekenen. Met een hard stuk houtskool kras je in het papier, met een zacht stuk houtskool maak je prachtige grijzen die je het papier op streelt.